top_reis_art_02

Alaska Trail - Invitational 2006

25 feb. 2006 was het zover. Al een week eerder ben ik afgereisd naar Alaska om voorbereidingen te treffen voor de langste race die ik tot nog toe heb gedaan. Een week is zeker minimaal want “echt” klaar ben je eigenlijk nooit. In mijn hotelkamer pakte ik mijn slee ongeveer 20 keer in en uit. Alles wordt overwogen en gewogen want gewicht kan van cruciaal belang zijn aangezien je, zeker in het eerste stuk, een aardige bergstrook over moet ten zuiden van Mckinley. Qua kleding was ik er eigenlijk al snel uit. De materialen die mij beschikbaar zijn gesteld door Schneider Outdoor zullen ruim voldoende moeten zijn om mijn lichaam in aankomende moeilijke omstandigheden droog en vooral warm te houden.

Eenmaal in bed is het moeilijk om in slaap te komen vanwege de wedstrijdspanning en de wetenschap dat je de komende maand geen normaal bed meer zult aanraken. Dit jaar gaan we met 47 racers van start en hebben er 20 getekend voor de race naar Nome, een record aantal. Met zijn allen reizen we met een bus naar Knik Lake waar de start zal zijn. Na de laatste materiele aanpassingen en nogmaals een snelle blik op de kaart gaan we om klokslag 1400 van start.

 

Op weg naar McGrath

De sneeuw valt letterlijk met bakken uit de lucht en de buitentemperatuur zal ongeveer zo rond de min 10 zijn denk ik als de eerste meters worden afgelegd in ongeveer 15 cm diepe verse sneeuw. Oriënteren wordt op deze manier er niet echt makelijker op. Als de eerste nacht valt zakt de temperatuur naar een dikke min 25 en eenmaal op de Skwentna River maakt dit met de opkomende wind een aardige windchill.

Naarmate je steeds verder in de Alaska wildernis verdwijnt zie je ook steeds minder andere deelnemers op de route. Dit is uiteraard omdat iedereen zijn eigen tempo heeft en de route keuze vrij is. De dagen verstrijken en ik begin langzaam te wennen aan een ritme van veel lopen en weinig slapen.

 

Rainy Pass

Tegen eind van de middag verlaat ik het CP en loop van de rivier af de bergen in. Tijdens mijn klim kom ik 3 andere deelnemers tegen die terug keren naar het CP waar ik net vandaan kom. Kort praat ik met hen en ze vertellen mij dat ze het niet gaan wagen om de pass door te steken want het schijnt daar behoorlijk te spoken op het moment. De wind is enorm en lawine gevaar ligt op de loer. 1 deelnemer heeft voor zijn neus een lawine naar beneden zien komen en besloot daarom direct terug te keren.

Ik besluit mijn tocht toch voort te zetten en net zoals vorig jaar bereik ik ongeveer rond middernacht het hoogste punt in de pass. De wind is gigantisch en het zicht is zeer slecht. Ook is het weer gaan sneeuwen, ik zit middenin een sneeuwstorm! Al klauwterend op mijn sneeuwschoenen klim ik over blokken ijs en sneeuw van de lawines die afgelopen dagen naar beneden zijn gekomen. Het zicht is denk ik nog niets eens een meter en plots val ik in een gat. Ik probeer mijn evenwicht te bewaren en wil mezelf uit het gat trekken aan wat ik dacht dat het een boompje was.

Eenmaal uit het gat bleek dat ik mijzelf uit het gat had getrokken aan het grote houten kruis wat ze voor de vorige week omgekomen man hebben geplaatst. Die kuil waar ik inliep was dus de kuil die ze hebben gegraven toen ze deze man onder de puin hebben uit gehaald…..ik stond dus letterlijk in zijn graf. Dit maakt zeker een grote indruk als je daar staat……alleen, midden in de nacht en in een sneeuwstorm. Ik sta er heel even bij stil maar besluit snel verder te gaan in de hoop dat als ik aan de andere kant van de pass zou afdalen het weer iets beter zou worden. Dit was niet zo bleek later….

 

Op weg naar Nome

Nadat ik Tom zie vertrekken besluit ik niet te wachten want veel beter zal het toch niet worden volgens de weersberichten. Het spoor is zacht en ik zak constant door de verse sneeuw. Na een half uur besluit ik toch maar weer om mijn sneeuwschoen aan te trekken. Eenmaal onderweg kom ik al snel Tom weer tegen die besloten heeft terug te keren naar McGrath en het daar voor gezien te houden. Naar eigen zeggen kan hij het mentaal niet meer opbrengen om onder deze omstandigheden tot aan Nome door te moeten stompen. Ik wens hem een goede terugreis en hij mij veel succes. Dit is mentaal even een aardige tik met de wetenschap dat de komende 20 a 25 dagen niemand meer zult zien en dat het een eenzame tocht zal gaan worden.

 

Alleen verder.

Dit valt me zwaarder dan ik had gedacht. Het blijft maar sneeuwen en de slee is een anker wat ik door deze drab heen moet trekken. Zelfs op de heuvel af wilt mijn slee maar niet glijden! Die dagen kosten me heel veel energie en mentale kracht.

Na 6 dagen vanaf McGrath bereik ik Ruby, het eerste plaatsje wat je tegenkomt nadat je McGrath verlaat. Volgens de Iditarod site is de koudst gemeten temperatuur van de afgelopen week min 55 geweest, een record sinds 1986. Na een goede nacht en een warme maaltijd besluit ik weer te vertrekken vanuit Ruby. Vanuit Ruby ga je de Yukon River op en dat is beter begaanbaar dan in de bergen van afgelopen week en dat stemt mij goed. De wind is hard maar ik heb deze nu in de rug dus dat is alleen maar gunstig. In de dagen na Ruby weet ik 198 kilometer af te leggen in slechts 46 uur, dat schiet ten minste op! Wat ook voor een goede spirit zorgt, is dat ik nu ruim de helft ben gepasseerd en dat betekend dat het aftellen kan beginnen!

Na ongeveer 20 dagen kom ik aan in Unakuleet het laatste plaatsje wat ik aandoe voordat ik tegen de westkust van Alaska aan zou lopen.

In Unakuleet word ik in huis genomen door een Pilote van Alaska Airlines. Ik krijg onderdak en eten en ik kan even een “echt” bed aanraken. Ik besluit gezien de goede tijd die ik tot nog toe heb gemaakt gebruik te maken van het aanbod om een nacht te overnachten in dat “echte” bed. Ze heeft zelfs een douche! Vol verbazing kijkt ze toe hoe ik een paar minuten een complete kip, een grote pizza, 8 bakjes vanille pudding, 4 donuts, 4 blikjes cola en een halve liter ijs naar binnen werk. Ik had voor mijzelf echt wel wat reserves opgebouwd voordat ik naar Alaska kwam en had ook zeker niet bezuinigd op een oliebol meer of minder tijdens de feestdagen maar toch vlogen de kilos eraf. De combinatie van altijd buiten zijn in de kou en de vele uren (ongeveer 20 uur per dag) van fysieke arbeid laat de stofwisseling in zijn hoogste versnelling draaien. Ik heb niet op een weegschaal gestaan maar kijkend naar mijzelf denk ik dat ik tot nog toe zeker 10 a 14 kilo ben afgevallen. Je moet blijven eten om je energie level zo hoog mogelijk te houden. De droog pakketen die ik meedroeg in mijn slee zijn niet voldoende een vette pizza is dan ook zeker welkom.

Na een goede nacht rust vertrek ik om 0400 in de ochtend richting de kust. Tijdens het lopen ben ik bezig met het herberekenen van mijn planning en realiseer me dat ik nu onder de 30 dagen zou kunnen finishen in Nome. Het is ten slotte nog maar 500 kilometer, ik ben er  bijna.

De hellingshoek was echter behoorlijk en ik moest vol in de remmen toen ik begon te dalen richting het ijs van de zee. Ergens op de helft van de afdaling struikel ik over een boomwortel en maak een smakker voorwaarts. Het duurde een meter of 30 voordat ik uiteindelijk weer tot stilstand was gekomen en mijn gezicht weer uit de sneeuw kom halen. Tijdens de val voelde ik een pijnscheut in mijn linker bovenbeen en direct nadat ik weer op mijn benen ging staan voelde dit niet goed. Ik dacht dat ik een spierscheuring had opgelopen en dit zal toch zeker wel voor problemen gaan zorgen voor de rest van de rit. Mijn been voelde hard aan en de paarse verkleuring was al snel zichtbaar. Het was niet het enige wat ik overhield aan deze val. Mijn stalen trekstang tussen mijn lichaamsharnas en mijn slee had mij in mijn rug geraakt in mijn duikeling voorover. Op de plaats waar de stang me in mijn rug had geprikt voelde ik een bult zitten en daaromheen waren de spieren verkrampt geraakt. De slee zelf had een kleine schade opgelopen die ik gelukkig daar ter plekke met duct tape en een leatherman op kon lossen. Na een uur klungelen aan de geïmproviseerde reparatie probeerde ik mijn weg weer te vervolgen. Mijn lichaam begon nu echt tegen te stribbelen want de laatste weken waren niet alleen mijn middenvoets beentjes ontstoken maar waren daar sinds een paar dagen mijn achillespezen bij gekomen. Nu had ik ook nog een onbuigbaar linkerbovenbeen en een stijve rug erbij dus echt soepel zal het er wel niet meer hebben uitgezien. Het maakte mij niet zoveel uit…..er is toch niemand die je ziet.

 

De home stretch

Na 4 uren rust ben ik vertrokken uit White mountain en een snelle rekensom vertelde mij dat ik zou gaan finishen in Nome in 27 dagen. Het tempo ligt goed en het weer is nu eens een keer met mij. Het laatste stuk naar Nome staat bekend om zijn grillig karakter. Als je mooi weer hebt is het een “walk in the park” maar bij slecht weer kan het er gevaarlijk zijn. Er zijn in het verleden zelfs mensen omgekomen op dit laatste stuk. Zoals gezegd had ik geluk dit keer en kon het tempo goed handhaven. Nog 1 keer zette ik mijn kleine tentje op en probeer wat rust te pakken. Na vier uren bibberen besluit ik af te breken en te gaan voor de “home stretch”.

Het gaat goed en ik besluit nu niet meer te rusten voordat ik Nome zal bereiken. Dit was even doordouwen want het zal volgens mijn planning nog z’n 30 a 34 uur in beslag nemen.

Als ik over de laatste kleine heuvel heen kom zie ik de lampjes van Nome verschijnen. Ik moet moeite doen om mijn tranen te bedwingen want het einde begint nu wel heel dicht in de buurt te komen.

Maandenlang voorbereiden, hard trainen en mentale voorbereidingen en nu gaat daar allemaal een eind aan komen en langzaam komt het besef dat ik winnaar ga worden van 1 van de zwaarste adventure races die er bestaat. Ik kijk op mijn horloge en daarna op mijn GPS en besluit het laatst beetje energie er nog uit te persen om zsm Nome binnen te lopen.

De lampjes lijken maar niet dichter in de buurt te komen maar om ongeveer 2330uur is het dan eindelijk toch zover, ik sta aan de rand van Nome.

 

De finish

Met nog 1 kilometer te gaan van de 1800 zal dit natuurlijk vreemd zijn al is het wel dat ik mijn slee nu 1 kilometer over de straat moet trekken omdat ze de sneeuw hebben verwijderd. Eenmaal bij de boog waar op staat “end of the Iditarod dogsled race” aangekomen stopt mijn klok. Het is 00:04 uur wat inhoud dat ik er 26 dagen, 10 uur en 4 minuten over heb gedaan om daarmee als zevende mens op de wereld deze tocht te voet te volbrengen. Op de ranglijst aller tijden sta ik nu op de tweede plaats. Marco eindigt als tweede in 30 dagen en een paar uur. Op naar het volgende avontuur!